1. Wij geloven in de geschriften van het Oude en Nieuwe Testament en wij aanvaarden deze als het onfeilbare woord van God. Het is het allerhoogste gezag in alle zaken van geloof, leer en leven. Wij mogen van dit woord niets afdoen of eraan toevoegen. (Ps.33:4; 2Tim.3:16,17; 1Petr.1:25)
  2. Wij geloven in één eeuwige almachtige God, de Schepper van hemel en aarde, geopenbaard in de eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. (Ps.113:4-6; Gen.1:1; Deut.6:4; 1Joh.5:6,7; Joh.16:28)
  3. Wij geloven in de Here Jezus Christus, de vleesgeworden Zoon van God, geboren uit de maagd Maria, verwekt door de heilige Geest, die stierf aan het kruis als enig offer tot vergeving van zonde en schuld. (Joh.1:14; 1Cor.15:3)
  4. Wij geloven dat wij in de Here Jezus Christus verlost zijn uit de macht der duisternis door zijn bloed en dat God ons overbrengt in het Koninkrijk van de Zoon van zijn liefde.(Ef.1:7; Col.1:13)
  5. Wij geloven dat de Here Jezus Christus is opgestaan uit de doden, dat Hij is opgevaren naar de hemel en dat Hij is gezeten aan de rechterhand van God, de Vader, waar Hij voor ons pleit.(Marc.16:6; Luc.24:36-39; 1Cor.15; Rom.8:34)
  6. Wij geloven dat alle mensen gezondigd hebben en de heerlijkheid van God missen en om niet gerechtvaardigd worden uit Gods genade en het eeuwige leven ontvangen door geloof alleen. Jezus Christus is de enige weg tot behoud.(Rom.3:23,24; Ef.2:8,9; Joh.14:6)
  7. Wij geloven in de noodzaak van bekering en dat allen die Jezus Christus hebben aangenomen, macht hebben gekregen om kinderen van God te worden en dat zij door de Geest wedergeboren worden om het Koninkrijk van God te kunnen zien.(Joh.1:12; Joh.3:3)
  8. Wij geloven in de inwoning en het werk van de Heilige Geest in de gelovige. (Rom.8:9-11; 1Cor.3:16,17; 1Cor.6:19; 1Cor.12)
  9. Wij geloven dat de gemeente het lichaam van Christus is, waarvan Hij zelf het Hoofd is, een woonstede Gods in de Geest, de gemeenschap der heiligen. (Col.1:18; Ef.1:22,23; Ef.4:15,16)
  10. Wij geloven dat wij door de Heilige Geest in eenheid verbonden zijn met alle andere leden van het wereldwijde lichaam van Christus, één in Hem. (Col.3:10,11; Joh.10:16; Joh.17:20,21; Openb.7:9,10)
  11. Wij geloven in de grote opdracht om te spreken van wat wij gehoord hebben, het woord van ons getuigenis, om de Verlosser aan anderen bekend te maken en om alle volken tot discipelen van de Here Jezus Christus te maken. (Matth.28:19; Hand.1:8)
  12. Wij geloven in de zichtbare terugkeer van Jezus Christus met grote macht en heerlijkheid. (Matth.24:30; Hand.1:11; 2Thess.1:10).
  13. Wij geloven in de lichamelijke opstanding der doden: de verlosten tot opstanding ten leven en de verlorenen ten oordeel. (Joh.5:29; Dan.12:2; Matth.25:31-46)