Een hart van ware aanbidding
Laten wij zingen voor de Heer, hem uitbundig toejuichen, hij is voor ons een rots, hij is ons behoud! Laten wij naar de tempel gaan, hem hulde brengen, uitbundig toezingen.
Want de Heer is een groot God, een machtig koning, groter en machtiger dan alle goden. Hij beheerst de diepten der aarde, de toppen van de bergen. Zee en land behoren hem toe, hij heeft ze gemaakt.
Kom, laten wij neerknielen, ons buigen, ons neerwerpen voor de Heer. Hij heeft ons gemaakt. Hij is onze God, wij zijn zijn volk; hij is de herder, wij zijn de kudde.
Luister toch naar wat hij nu te zeggen heeft: ‘Wees niet koppig als jullie voorouders. Zij daagden mij uit in de woestijn, bij Meriba, bij Massa. Wat had ik niet voor hen gedaan? Ze hadden het zelf gezien en toch stelden ze mij op de proef. Zij waren mij een ergernis, veertig jaar lang. Het was een wispelturig volk, ze trokken zich niets van mij aan. Toen heb ik woedend bij mijzelf gezworen: Nooit zullen zij het land bereiken, waar ik hun rust wilde geven.’ (psalm 95)
Drie dingen zijn nauw met elkaar verbonden, hoewel ze onderling wel van elkaar verschillen: dankzegging, lofprijs en aanbidding. We danken God voor wat Hij doet, en in het bijzonder Zijn goedheid voor ons persoonlijk. We prijzen Hem om Zijn grootheid. Maar aanbidding brengt ons in contact met Gods heiligheid. Juist omdat het moeilijk is Gods heiligheid te begrijpen, is het ook moeilijk om werkelijk in aanbidding te komen.
De eerste verzen spreken van uitbundige lofprijs en dankzegging. Laten wij zingen voor de Heer, hem uitbundig toejuichen, hij is voor ons een rots, hij is ons behoud! Laten wij naar de tempel gaan, hem hulde brengen, uitbundig toezingen. Ik geloof dat het voor God heel moeilijk is om aanbidding te aanvaarden die lauw is, die voortkomt uit een half hart. Als je niet bereid bent om Hem ‘hoog te loven’ (Psalm 48:1), dan kun je het misschien maar beter laten. Psalm 95 geeft in ieder geval veel ruimte voor luide, vocale, vrolijke en uitbundige lofprijs: Laten wij zingen voor de Heer, hem uitbundig toejuichen, hij is voor ons een rots, hij is ons behoud! Laten wij naar de tempel gaan, hem hulde brengen, uitbundig toezingen. Dat is tenminste zijn poorten binnenkomen met dankbaarheid en zijn voorhoven met lofprijs (ps 100)! Dat is de toegangsweg.
In de verzen 3-5 vinden we redenen om God te prijzen: Want de Heer is een groot God, een machtig koning, groter en machtiger dan alle goden. Hij beheerst de diepten der aarde, de toppen van de bergen. Zee en land behoren hem toe, hij heeft ze gemaakt. Wanneer we het universum bekijken dat God geschapen heeft, dan zijn we getuige van de enorme wijsheid en grootheid van de Schepper. Daar zouden we al automatisch op moeten reageren met dankzegging en lofprijs.
In de verzen 6 en 7 verandert de toon van Psalm 95 en komen we naar mijn mening tot de kern van de zaak: Kom, laten wij neerknielen, ons buigen, ons neerwerpen voor de Heer. Hij heeft ons gemaakt. Zoals ik het zie, is deze diepe, betekenisvolle vorm van aanbidding stilte en rust.
Dan, in vers 7, geeft de psalmist ons twee redenen om de Heer te aanbidden: Hij is onze God, wij zijn zijn volk; hij is de herder, wij zijn de kudde.
De eerste reden om God te aanbidden, is het feit dat Hij God is – en Hij is ook nog ònze God. Hij is het enige wezen in het heelal die het echt waard is om aanbeden te worden. Aanbidding is de beste en hoogste manier om te laten zien dat we in onze relatie met God ook echt te maken hebben met God. Ik ben overtuigd geraakt van het feit dat datgene wat we aanbidden, altijd ook controle over ons krijgt. Hoe meer we het aanbidden, hoe meer we erop gaan lijken en hoe meer macht het over ons krijgt. Dus als we God niet aanbidden, in hoeverre is Hij dan werkelijk onze God?
De tweede reden om Hem te aanbidden is dat we het volk zijn dat Hij weidt, de schapen van zijn hand. Aanbidding is ons gepaste antwoord op Zijn zorg voor ons.
Het is veelzeggend dat de psalm daarmee niet afgelopen is. Ze eindigt met een ernstige waarschuwing (vs. 7-11): Luister toch naar wat hij nu te zeggen heeft: ‘Wees niet koppig als jullie voorouders. Zij daagden mij uit in de woestijn, bij Meriba, bij Massa. Wat had ik niet voor hen gedaan? Ze hadden het zelf gezien en toch stelden ze mij op de proef. Zij waren mij een ergernis, veertig jaar lang. Het was een wispelturig volk, ze trokken zich niets van mij aan. Toen heb ik woedend bij mijzelf gezworen: Nooit zullen zij het land bereiken, waar ik hun rust wilde geven!
We hebben dus twee mogelijkheden: we kunnen er voor kiezen God werkelijk te aanbidden en we kunnen er voor kiezen dat niet te doen. In aanbidding horen we Gods stem. Als we Gods stem horen en gehoorzamen, dan komen we binnen in zijn rust en zullen innerlijk Zijn rust ervaren. De onontbeerlijke voorwaarde is echter het belang van het horen van Gods stem. In Jeremia 7:23 zegt God tegen Zijn volk: dit gebod heb Ik hun gegeven: Hoort naar mijn stem, dan zal Ik u tot een God zijn. Luisteren of niet luisteren naar Gods stem, dat maakt het grote verschil! En ik geloof dat aanbidding ons brengt op de plaats, de rust, die nodig is om Gods stem te horen.
Johannes 10:27: Mijn schapen horen naar mijn stem en … zij volgen Mij. Je kunt Jezus niet volgen als je zijn stem niet hoort. Het is goed om de bijbel te lezen, maar het is absoluut onmogelijk de bijbel te lezen zonder Gods stem te horen. Ik geloof dat aanbidding de juiste manier is om een houding en een relatie met God te ontwikkelen waarin we Gods stem echt horen. Aanbidding is de manier om tot rust te komen. En als we tot rust komen, dan horen we Zijn stem. Alleen wie weet hoe hij moet aanbidden, kent die rust.
Wanneer komen we tot rust? Weet u wat het is om tot rust te komen? Verstaat u de kunst om van tijd tot tijd helemaal niets te doen – ook niet in gedachten? Haalt u het beste uit uw tijd?
Deze tekst komt uit een van de nieuwsbrieven van Derek Prince Ministries en heb ik overgenomen om ons aan te moedigen God te zoeken in echte aanbidding.